Uit het Veiligheidsberaad

20 maart 2015 kwam het Veiligheidsberaad bijeen voor één van haar vergaderingen. Onder andere de landelijke meldkamerorganisatie (LMO), een nieuw brandweeronderwijsstelsel en het onderzoek ‘flexibilisering GRIP’ kwamen aan de orde.

Stand van zaken landelijke meldkamerorganisatie (LMO)
Sinds de vorige vergadering van het Veiligheidsberaad – 28 november 2014 – is een aantal stappen gezet in het kader van de transitie naar de LMO. Portefeuillehouder LMO in het Dagelijks Bestuur Veiligheidsberaad, Henri Lenferink: “Sinds de brief die het Veiligheidsberaad in december vorig jaar naar het ministerie van VenJ heeft gestuurd, is er veel goeds gebeurd.” Kwartiermaker LMO, Jill Wilkinson, en Astrid Raaphorst, programmadirecteur LMO van het ministerie van VenJ, gaven een toelichting op de huidige stand van zaken. Het Veiligheidsberaad stemde 20 maart in met het voorstel om een aantal documenten die in het kader van de vorming van de LMO moet worden vastgesteld in één samenhangend pakket aan te bieden aan de veiligheidsregio’s.

Consultatie LMO

Eind april is het samenhangend pakket met documenten aangeboden aan de veiligheidsregio’s. Dit pakket bestaat uit een plan van aanpak, een ontwerpplan LMO, een landelijk kader samenvoeging meldkamers en een protocol Due Diligence Commissie. Begin juli komt het Veiligheidsberaad in een themabijeenkomst samen om een gemeenschappelijke reactie vast te stellen. Deze reactie wordt vervolgens ter vaststelling aangeboden aan de bestuurlijke regiegroep LMO. Om de reactie te stroomlijnen, bereidt de Raad van Directeuren Veiligheidsregio (RDVR) een conceptreactie voor die de veiligheidsregio’s half mei ontvangen. De RDVR wordt bij die voorbereiding ondersteund door de Regionale Brandweercommandanten (RBC). De conceptreactie doet niets af aan de ruimte voor regionale diversiteit in de definitieve reactie.

Ga naar ‘Stand van zaken LMO

Portefeuillehouder Lenferink over de LMO:
— Sinds de brief die het Veiligheidsberaad in december vorig jaar naar het ministerie van VenJ heeft gestuurd, is er veel goeds gebeurd.

Nieuw brandweeronderwijsstelstel
Het Veiligheidsberaad heeft ingestemd met het nieuwe brandweeronderwijsstelsel, met de opmerking dat dit een tussenstap is. Daarbij heeft het Veiligheidsberaad aangegeven dat op termijn naar één opleidingsinstituut wordt gestreefd. De stuurgroep Versterkingsplan Brandweeronderwijs heeft een ontwerp gemaakt voor het nieuwe brandweeronderwijsstelstel. In juni 2012 hebben verschillende partijen – waaronder het Veiligheidsberaad, VenJ, VNG en de RBC – zes speerpunten geformuleerd om het brandweeronderwijs te versterken. Op deze speerpunten zijn verschillende acties ondernomen, resulterend in een nieuw onderwijsstelstel. Hieronder enkele belangrijke resultaten per speerpunt:

1. Normeren en inrichten van de inhoud van onderwijs voor vakbekwaam worden
Een beheerorganisatie en werkprocessen zijn ingericht om kwalificatiedossiers te ontwikkelen en te onderhouden. Deze worden samen met het brandweerveld uitgevoerd. Deskundigen uit het veld bepalen in de toekomst zelf de inhoud van de dossiers, gefaciliteerd door de Brandweeracademie van het IFV. Ook zijn er kwaliteitsinstrumenten ontwikkeld.

2. Uitvoeren van onderwijs in één opleidingsinstituut met innovatie van onderwijs
De uitvoering van het brandweeronderwijs blijft decentraal in samenwerkende opleidingsinstituten. Landelijke kwaliteitseisen zorgen voor uniformiteit en eenheid in het organiseren. Binnen deze landelijke kaders is ruimte voor regionaal maatwerk. Momenteel wordt onderzocht of verdere samenwerking kan leiden tot meer efficiency.

3. Inrichten van een nieuw examenstelsel voor vakbekwaam worden
Het herontwerp van examinering sluit aan bij duaal leren, uitgevoerd door een landelijke pool van examinatoren en landelijke en regionale examencommissies. Interne beoordeling vindt door het opleidingsinstituut plaats en externe beoordeling door het IFV. Bureau TEC houdt toezicht op examinering en diplomaverstrekking.

4. Normeren van vakbekwaam blijven
Er zijn landelijke kwaliteitsstandaarden blijvende vakbekwaamheid ontwikkeld voor tien repressieve functies en voor twee vakbekwaamheidsfuncties. Ook zijn bijbehorende kwaliteitsinstrumenten ontwikkeld zoals de criteria voor toetsing/meting, een zwaartepuntenmatrix voor de samenstelling van inzetscenario’s en de wijze van registratie. De standaarden worden opgenomen bij de kwalificatiedossiers van een betreffende functie en daarmee als bindende branchenorm.

5. Kwaliteitszorg met intern toezicht en normering van de kwaliteit van uitvoerder
Kwaliteitsstandaarden voor de uitvoering van opleidingen zijn ontwikkeld. Deze geven aan waar een opleidingsinstituut aan moet voldoen, wil men opleiden en examineren. Voor een intern kwaliteitszorgsysteem zijn instrumenten voor zelfmonitoring, auditing en (her)certificering/keurmerkverlenging ontwikkeld.

6. Extern toezicht en periodiek onderhoud van het brandweeronderwijsstelsel
Een onafhankelijk curatorium, waarvan de opdracht nader uitgewerkt moet worden, behandelt de auditrapportages van de opleidingsinstituten voor keurmerkverlening. Dit curatorium adviseert de RBC en het Veiligheidsberaad om de drie jaar over het brandweeronderwijsstelsel. Extern toezicht wordt gehouden door de Inspectie van VenJ.

Voorzitter veiligheidsregio Flevoland over ‘De flexibiliteit van GRIP’:
— Ik vind het een erg goed rapport en zal de uitvoering ervan zeker stimuleren in mijn regio.

Onderzoek ‘De flexibiliteit van GRIP’
De leden van het Veiligheidsberaad hebben kennis genomen van het onderzoek ‘De flexibiliteit van GRIP’. Mevrouw Jorritsma, voorzitter veiligheidsregio Flevoland: “Ik vind het een erg goed rapport en zal de uitvoering ervan zeker stimuleren in mijn regio.” De andere leden van het Veiligheidsberaad sluiten zich hierbij aan. Het onderzoek is uitgevoerd door de lector crisisbeheersing van het IFV dr. Menno van Duin, in samenspraak met het ministerie van VenJ. Hierbij is gebruik gemaakt van ervaringen met de GRIP-methodiek in verschillende veiligheidsregio’s. Het onderzoek laat de mogelijkheden van flexibiliteit in (het werken met) GRIP zien. Hoe flexibel wordt ermee gewerkt, welke mogelijkheden zijn er om de flexibiliteit te vergroten en laat de bestaande procedure voldoende ruimte om er flexibel mee om te gaan? Portefeuillehouder Henri Lenferink: “Fijn dat GRIP werkt in de regio’s en ga er flexibel mee om. Bijvoorbeeld qua communicatie en alleen het inzetten van de benodigde kolommen.”

Rapport ‘De flexibiliteit van GRIP’

Volgend bericht

Politie neemt koninklijke standaard in ontvangst

Vorig bericht

Grootschalige Geneeskundige Bijstand, voorbereidingen in volle gang