Nationale reddingsvloot komt dichterbij

Veiligheidsregio’s, Reddingsbrigade Nederland en het IFV zijn bezig met de in- en oprichting van de nationale reddingsvloot – bestaande uit 22 landelijk opschaalbare regionale reddingsgroepen – en een landelijke voorziening reddingsvloot (LVR). Met een voorstel voor kwaliteitseisen voor een basisniveau voor de vloten, een inrichtingsvoorstel voor de landelijke voorziening én een voorstel voor de kwaliteitsmonitoring, komt de nationale reddingsvloot weer een stap dichterbij. In juni bespreken de veiligheidsregio’s – in de Raad van Directeuren Veiligheidsregio – dit totaalpakket.

22 regio’s, 1 reddingsvloot

De nationale reddingsvloot wordt gevormd door de 22 veiligheidsregio’s met een overstromingsprofiel. Iedere regio vormt een eigen reddingsgroep, bestaande uit vier vaartuigen, en is zelf verantwoordelijk voor de inrichting hiervan. Die kan bestaan uit vaartuigen en mensen van Reddingsbrigade Nederland, van de brandweer of een combinatie.

Pelotonstructuur bij bovenregionale en nationale inzet
De inzet en aansturing van de vloot vindt plaats onder regie van de veiligheidsregio’s. Bij een bovenregionale inzet wordt gewerkt met een pelotonstructuur. De nationale reddingsvloot wordt verdeeld in geografische pelotons en ieder peloton wordt aangestuurd door een pelotonscommandant. Een peloton bestaat uit tenminste vier veiligheidsregio’s. Daarmee bestaan de pelotons en de gehele reddingsvloot uit een combinatie van eenheden van de brandweer en reddingsbrigade.

Gezamenlijk basisniveau
De verschillende inrichtingen van de reddingsgroepen vraagt een gezamenlijk bepaald basisniveau: iedere reddingsgroep opereert vanuit hetzelfde basisniveau aan vaardigheden, materiaal en middelen. Dit basisniveau sluit aan bij de mogelijkheden van de veiligheidsregio’s en stelt onder andere eisen aan de vaartuigen en het te gebruiken materieel. Ook wordt eens in de drie jaar een pelotonsoefening georganiseerd.

Inrichting landelijke voorziening reddingsvloot
Bij Reddingsbrigade Nederland wordt een landelijke voorziening reddingsvloot (LVR) ingericht. De LVR ondersteunt en faciliteert de veiligheidsregio’s bij de invulling van de reddingsvloot en faciliteert de operationele inzet van de reddingsbrigade-eenheden. De veiligheidsregio’s zijn opdrachtgever voor de dienstverlening van de LVR. De stuurgroep heeft een uitwerking gemaakt van taken op het gebied van vakbekwaamheid, logistiek en algemene ondersteuning. Zoals het organiseren van instructie en peloton-oefeningen, de centrale verspreiding van reddingsvesten voor evacués in de warme fase, een loketfunctie voor de veiligheidsregio’s en het verkennen van en adviseren over de beste wijze voor alarmering van de reddingsvloot. Het IFV monitort namens de veiligheidsregio’s de kwaliteit van de dienstverlening van de LVR.

Tijs van Lieshout, portefeuillehouder RDVR

“In juni spreken we in de RDVR over de nadere in- en oprichting van de vloot. Ik hoop dat het voorstel dat voorligt, gedragen wordt. We zijn als regio’s in ieder geval blij dat we de voorbereiding op grote overstromingen met onze partner Reddingsbrigade Nederland vorm en inhoud kunnen geven, met gebruik van de lokaal sterk verankerde vrijwilligers van de Reddingsbrigade.”
Volgend bericht

Bestuur positief over Uitwerkingskader Meldkamer

Vorig bericht

Onno van Veldhuizen nieuwe voorzitter IFV