Toekomstbestendige transportveiligheid

In maart vierde het lectoraat Transportveiligheid haar vierjarig bestaan. Voor het lectoraat van Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) een moment om terug te blikken en vooral vooruit te kijken naar de toekomstige ontwikkelingen. Wat is de visie van Nils Rosmuller, lector Transportveiligheid, op deze ontwikkelingen?

Transport security
“Er zijn verschillende ontwikkelingen die de aandacht hebben van het lectoraat, maar wat ik sowieso opneem in het koersdocument voor de toekomst is de beveiliging van transport. Vervoermiddelen worden steeds vaker gebruikt als wapen bij een aanslag. Hoe kunnen we dat voorkomen, ook voor de sector, en wat vraagt dit ten aanzien van de risicobeheersing en incidentbestrijding? Met dat oog kijken we ook naar vervoersknooppunten, als ‘potentiële objecten’. Niet alles is te voorkomen, maar we kunnen het wel zo moeilijk mogelijk maken,” vertelt Nils Rosmuller. Met een eerste verkenning met TU Delft hierover en met onderzoek naar vluchtgedrag in relatie tot toegangspoortjes van openbaar vervoer zijn de eerste stappen gezet.

Omgevingswet
“Ook volgen we de discussie over de invoering van de Omgevingswet en dan met name het onderdeel Omgevingsveiligheid. Wat betekent dit voor de veiligheidsregio’s? Voor transport en stationair? Vanuit het IFV pakken we dit multidisciplinair op, de lector Brandpreventie is bijvoorbeeld ook aangehaakt, en scholen we ook onszelf en collegae bij om klaar te staan voor de veiligheidsregio’s. We kijken bijvoorbeeld of er nieuwe content nodig is voor les- en leerstof.” 

Autonome voertuigen
“Eén van de belangrijkste ontwikkelingen, die tijdens de bijeenkomst in maart ook werd aangestipt, is het gebruik van autonome voertuigen. Het belangrijkste voor veiligheidsregio’s bij autonome voertuigen – voertuigen die niet of nauwelijks bestuurd worden door een persoon – is dat een informatiebron (chauffeur, schipper, machinist) voor veiligheidsregio’s bij een incident wegvalt. Daarom willen we bewustwording hierover creëren bij zowel transportsector als de regio’s,” aldus Nils Rosmuller. Ook volgt het lectoraat de Topsector Logistiek nauw, die een onderzoeksprogramma naar autonome voertuigen heeft. De logistieke sector is één van de topsectoren waarin Nederland uitblinkt en mondiaal toonaangevend is. Rosmuller: “Via Topsector Logistiek willen we vroegtijdig aan tafel zitten bij de ontwikkelingen. Dat is belangrijk, zeker ook in het licht van die adviesrol rondom risicobeheersing die veiligheidsregio’s nastreven.”

Coöperatief rijden
“Bij coöperatief rijden communiceren voertuigen met elkaar in plaats van de bestuurders. Dat klinkt high-tech, maar ik zie het in de zeer nabije toekomst wel gebeuren. Informatietechnologie (IT) wordt sowieso steeds belangrijker, ook bij autonoom rijden. Wat ik interessant vind, is welke IT-oplossingen er worden ontwikkeld ten aanzien van de veiligheid en welke rol kunnen de veiligheidsregio’s hierin vervullen? Bij coöperatief rijden is die veiligheid mogelijk kwetsbaar en denk ook aan de informatie omtrent voertuigen en lading tijdens incidentbestrijding. Ook met het oog op het eerdergenoemde terreur biedt informatietechnologie mogelijk oplossingen om terreuraanslagen met voertuigen die als wapens worden gebruikt, te voorkomen.”

Publiek-private samenwerking
Publiek-private samenwerking is en blijft een interessant thema voor transportveiligheid, met name op het gebied van gevaarlijke stoffen. Volgens Rosmuller logisch aangezien die gevaarlijke stoffen die vervoerd worden, van bedrijven zijn. Er zijn reeds mooie samenwerkingen ontstaan. “Op dit gebied is inmiddels een beweging gecreëerd. Niet iedere regio heeft diepgaande kennis, kunde en materiaal op het gebied van vervoer van gevaarlijke stoffen. Zij kunnen dat organiseren met (private) partijen die dat wel hebben. Bijvoorbeeld een bergingsbedrijf, industrie of groot transportbedrijf dat gespecialiseerd is in vervoer van gevaarlijke stoffen.”

Hij vervolgt: “Regionaal zie je dat publiek-private samenwerking al wel georganiseerd wordt. Maar wat als er op de weg iets gebeurt, in een regio waar kennis, kunde  en materieel minder ver zijn ontwikkeld? Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt namelijk overal in Nederland en op alle transportmodaliteiten plaats. Ik ben voorstander van landelijke afspraken hierover.” Rosmuller spreekt hier momenteel over met verschillende personen en partijen uit de private sector en de brandweersector om een (landelijke) koers te bepalen, beginnend met hierover een intentie tot samenwerking af te spreken. Eén van die partijen is het Landelijk Expertisecentrum BrandweerBRZO. Een BRZO-bedrijf is een bedrijf waar een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen aanwezig is. Rosmuller: “Nederland heeft een paar zwaartepunten (clusters) hierin, zoals Rijnmond en Geleen. De expertise die daar zit, is ook bovenregionaal bruikbaar.”

Innovaties en het lectoraat Transportveiligheid
Ontwikkelingen op het gebied van transportveiligheid zijn er dus te over. Rosmuller sluit af: “Transportveiligheid is in elke veiligheidsregio aan de orde. De innovaties volgen elkaar in rap tempo op. Het lectoraat probeert deze bij de te benen door de verbinding te leggen met ketenpartners om zo de veiligheidsconsequenties goed te kunnen duiden.”

Volgend bericht

"Visitatie geeft energie"

Vorig bericht

Oefenen voor de nieuwe werkelijkheid