Terreuralarm in Twente

In november werd in Twente een tweedaagse multidisciplinaire samenwerkingsoefening gehouden, geënt op de realiteit van het huidige tijdsgewricht: terrorismegevolgbestrijding. Regionaal militair operationeel adviseur Ruud Daniëls blikt terug. De grote kracht van de oefening zit volgens hem in het voortraject. Negen maanden netwerken en kennis delen werpt zijn vruchten af. Kennen en gekend worden, een voorwaarde voor soepele samenwerking op het ‘Uur U’.

De eerste stappen naar oefening Alert 2016 werden al aan het begin van het jaar gezet. Het initiatief lag bij Defensie, in de vorm van een brigade-oefening waarop civiele partners konden aansluiten. Die eerste stappen mondden uit in een groot multidisciplinair oefenproject.

Daniëls: “De uitdaging voor alle deelnemende partners was om binnen één kapstokscenario voldoende eigen inhoudelijke oefendoelen te vinden. Dat is gelukt. De politie beoefende zijn processen rond intelligence, opsporing en arrestatie van een terroristische cel, Defensie mocht aan de slag met het proces bewaken en beveiligen met een eenheid van de Nationale Reserve en een luchtverdedigingseenheid en toen de dreiging een acute calamiteit werd, konden ook brandweer, ambulancezorg en GHOR aan de slag. Daarnaast had de oefening aspecten waarop ook enkele bijzondere oefendeelnemers hun eigen crisisbeheersingsstructuur konden toetsen: uraniumverrijkingsbedrijf Urenco, drinkwaterbedrijf Vitens en een penitentiaire inrichting. Het was een scenario met terroristisch oogmerk en elementen van CBRN-incidentenbestrijding, ontsmetting, ontruiming van een gevangenis en bescherming van een vitaal object met een hoge risicograad.”

Bruggen slaan
Volgens Daniëls hebben alle oefendeelnemers de grote meerwaarde van het gezamenlijke intensieve voorbereidingstraject ervaren. De betrokken organisaties sloegen bruggen om elkaars werkwijzen en culturen te leren kennen. Want die waren heel divers. Daniëls: “Al snel merkten we dat de operationele diensten van de veiligheidsregio sterk in hun operationele praktijk zitten, waarin oefenen een neventaak is. Aan de andere kant is Defensie bijna alleen maar aan het oefenen voor taken die we hopelijk nooit hoeven uit te voeren. Ook in tijdsduur en schaalgrootte hebben we een andere beleving van oefenen. De brandweer is doorgaans na twee uur oefenen wel klaar, terwijl we bij Defensie eerder in tijdvakken van twee weken denken. Nuttig en leerzaam om al die onderlinge verschillen te ervaren en met elkaar toch een mooie gezamenlijke oefening neer te zetten rond een gemeenschappelijke opgave. Iedereen heeft veel van elkaars werkwijzen en procedures geleerd en functionarissen hebben elkaar ook op persoonlijk vlak leren kennen. Daardoor weten we wat we in de praktijk aan elkaar hebben.”

Regionaal crisisplan
Samen optrekken in de voorbereiding en uitvoering was voor de oefenpartners soms wel even wennen, signaleert Daniëls. Voor de politie is het bijvoorbeeld geen alledaagse zaak om bij het bewaken en beveiligen van objecten samen te werken met eenheden van de Nationale Reserve. Groen en blauw samen voor één taak: hoe zit dat juridisch en wie heeft de leiding? De catalogus voor civiel-militaire samenwerking beschrijft wat er allemaal kan qua inbreng van Defensie, maar pas in de praktijk krijgen die afspraken hun waarde.

Voor de gemeente Almelo was de oefening een mooie gelegenheid om het regionaal crisisplan te beoefenen, met een CoPI en een beleidsteam. Daniëls: “Twente heeft de afgelopen jaren zijn stelsel voor crisisbeheersing een nieuwe opzet gegeven en in dat kader hebben in 2016 al de nodige crisisoefeningen plaatsgevonden. Onder de vlag van Alert 2016 kon de gemeente Almelo ook zijn eigen gemeentelijke processen beoefenen, onder andere met betrekking tot maatregelen voor nooddrinkwatervoorziening en crisiscommunicatie.”

Volgend bericht

Omgevingswet verandert speelveld veiligheidsregio

Vorig bericht

"Visitatie geeft energie"