Oefenen voor de nieuwe werkelijkheid

Operationele diensten worden geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid. De aanslagen in Parijs en Brussel hebben de dreiging van terroristische aanslagen oncomfortabel dichtbij gebracht. De veiligheidsregio’s Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid hebben hun eerstelijns hulpverleners in maart twee dagen op dergelijke scenario’s losgelaten om te ervaren welke consequenties het optreden voor terrorismegevolgbestrijding heeft op mono- en multidisciplinair niveau.

Het begon met een oefenplan voor het Team parate eenheid van de Politie-eenheid Rotterdam, dat optreedt in het hogere geweldsspectrum. Een oefening op het neutraliseren van een terroristische aanslag met gijzeling in het leegstaande Rafaja ziekenhuis in Dordrecht. De oefenleider kwam ‘aan de koffietafel’ in gesprek met Maikel Lenssen, voorzitter van de planningsstaf Contraterrorisme van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Een vruchtbaar gesprek, want een aantal aspecten van gezamenlijk optreden bij terrorismegevolgbestrijding moest nog nader worden uitgewerkt. De politie doet zijn ding, maar hoe beïnvloedt het optreden van een arrestatieteam of de DSI het optreden van andere diensten, hoe sluiten zij op elkaar aan? En is het zinvol als de Dienst Speciale Interventies (DSI), optredend in het hoogste geweldsspectrum, ook aansluit bij een CoPI-overleg (commando plaats incident-overleg) voor afstemming van taken? Zo kreeg de oefening een nadrukkelijk multidisciplinair karakter.

“Niets doen geen optie”
“Als we dit ‘spel’ goed met elkaar willen spelen, moeten we veel investeren in opleiden, trainen en oefenen”, beklemtoont Lenssen. “Want optreden bij terroristische aanslagen vraagt een andere mindset dan de reguliere dagelijkse hulpverlening. Het is voor de first responders van brandweer, politie en ambulancezorg een nieuwe werkelijkheid om te worden geconfronteerd met man-made incidenten met het oogmerk zoveel mogelijk slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting te veroorzaken. Incidenten die qua letsels meer aan oorlogsgeneeskunde doen denken dan aan reguliere spoedeisende medische hulpverlening. Het is ook een incidenttype waarbij hulpverleners zelf een bovengemiddeld hoog risico lopen om slachtoffer te worden. Kortom, incidenten met een andere handtekening. Maar ook in die situaties moeten we als hulpverleners optreden. Niets doen is geen optie, want burgers gaan direct na een aanslag aan de gang met redding en eerstehulpverlening, laten de ervaringen van onder andere Parijs en Brussel zien. Ook de professionals moeten zich er dus op voorbereiden. We moeten niet denken in belemmeringen en onmogelijkheden, maar nadenken over wat we wèl kunnen bij een aanslag.”

Bestuurlijk draagvlak
Door de bijzondere kenmerken van terroristische aanslagen, vraagt de hulpverlening veel vertrouwen. In de partners, maar ook in de gezagslijn binnen de eigen kolom. Lenssen: “Cruciaal is dat we elkaar als diensten niet in de weg lopen. Maar wie bepaalt het omslagpunt en wanneer het voor andere hulpverleners veilig is om een bepaald gebied te betreden? Vertrouwt de brandweer blindelings op het professionele oordeel van de politie als die een ruimte vrijgeeft voor hulpverlening? Dat zijn lastige vraagstukken, maar we moeten er wel antwoorden op vinden.”

Volgens Lenssen voelt iedereen de urgentie voor opleiden, trainen en oefenen voor terrorismegevolgbestrijding, zeker in de grote steden. “Draagvlak bij bestuur en directie zijn belangrijk om gestructureerd te oefenen en te trainen voor deze scenario’s. Daar wordt beslist over het vrijmaken van tijd en financiële middelen voor dit doel. Ik ben mij ervan bewust dat op de bestuurs- en directietafels veel meer dossiers liggen, die allemaal om prioriteit roepen, maar we moeten op dit dossier echt doorpakken om onze mensen goed op terrorisme voor te bereiden. Na de oefentweedaagse in maart zijn we nu in Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid al bezig met een vervolg. De DSI heeft de wens te kennen gegeven om een zwaarder terreurscenario met ons te beoefenen.”

Volgend bericht

Toekomstbestendige transportveiligheid

Vorig bericht

Dit is het meest recente artikel